Tijdens het klinische casemanagementproces:
- De verantwoordelijkheden en taken van elke persoon worden verduidelijkt
- De samenhang van interventies en verdere begeleiding ondersteunen
- De operationele banden op lange termijn tussen de verschillende betrokken partijen weerspiegelen
- Er wordt een plaats gegeven aan de ervaringen van uitputting en isolatie van zorgverleners en hun families.
- Sectoroverschrijdende dialoog aanmoedigen: een gemeenschappelijke taal opbouwen
- Een rode draad door het traject van het kind/de jongere laten lopen
- We maken het mogelijk om een netwerk rond en voor de jongere op te zetten en te versterken.
Functies Casemanagement:
- Evaluatiefunctie: verkennende analyse van de behoeften, uitdagingen (problemen) en mogelijkheden van het professionele en familiale netwerk en van het kind/de jongere
- Netwerkverbindingsfunctie: ontmoeten, netwerken, versterken, ondersteunen, mobiliseren, etc.
- Planningsfunctie: vergadertijden vastleggen, werkdoelen bepalen, mensen aan het praten krijgen, een samenvattend verslag opstellen, zoeken naar raakvlakken en punten van verschil, enz.
- Controlefunctie: geleidelijk de gezamenlijk genomen beslissingen evalueren en indien nodig bijsturen.
- Belangenbehartiging: ervoor zorgen dat de standpunten en belangen van het kind/de jongere en zijn/haar familiekring worden gehoord in het proces van casemanagement.